De specifieke mutatie c.1601G>A, p.Arg534Gln (oude nomenclatuur: R506Q) in het FV gen is teruggevonden bij verschillende patiënten met een verhoogd risico op trombose. Deze mutatie geeft aanleiding tot de aanmaak van een proteïne dat niet normaal wordt geïnactiveerd door Activated Protein C (APC). APC regelt de coagulatie door inactivatie van factors Va en VIIIa.
Het fenotype met resistentie voor APC en dus een verhoogd risico voor trombose, treedt op bij heterozygoten en homozygoten voor deze mutatie. De frequentie van deze variant bedraagt ongeveer 3 tot 7% in de Europese bevolking.